Jozua 5:5

5 Want al het volk, dat er uittoog, was besneden; maar al het volk, dat geboren was in de woestijn op den weg, nadat zij uit Egypte getrokken waren, hadden zij niet besneden.

Jozua 5:5 Meaning and Commentary

Joshua 5:5

Now all the people that came out were circumcised
All that came out of Egypt, and males, were circumcised, whether under or above twenty years of age; for though it is possible all were circumcised before they came out of Egypt, which favours the opinion of Dr. Lightfoot, that they might be circumcised during the three nights' darkness of the Egyptians, when they could take no advantage of it, as Levi and Simeon did of the Shechemites; and which seems more probable than that it should be on the night they came out of Egypt, when many must have been unfit for travelling, and seems preferable to that of their being circumcised at Mount Sinai, which was a year after their coming out of Egypt:

but all the people [that were] born in the wilderness by the way, as
they came forth out of Egypt, [them] they had not circumcised;
the reasons of which neglect; (See Gill on Joshua 5:2). The phrase, "by the way", seems to point at the true reason of it, at least to countenance the reason there given, which was on account of their journey; that is, their stay at any place being uncertain and precarious; so the Jews say {z}, because of the affliction or trouble of journeying, the Israelites did not circumcise their children. This is to be understood of all males only born in the wilderness, they only being the subjects of circumcision.


FOOTNOTES:

F26 Pirke Eliezer, ut supra. (c. 29.)

Jozua 5:5 In-Context

3 Toen maakte zich Jozua stenen messen, en besneed de kinderen Israels op den heuvel der voorhuiden.
4 Dit nu was de oorzaak, waarom hen Jozua besneed: al het volk, dat uit Egypte getogen was, de manspersonen, alle krijgslieden, waren gestorven in de woestijn, op den weg, nadat zij uit Egypte getogen waren.
5 Want al het volk, dat er uittoog, was besneden; maar al het volk, dat geboren was in de woestijn op den weg, nadat zij uit Egypte getrokken waren, hadden zij niet besneden.
6 Want de kinderen Israels wandelden veertig jaren in de woestijn, totdat vergaan was het ganse volk der krijgslieden, die uit Egypte gegaan waren; die de stem des HEEREN niet gehoorzaam geweest waren, denwelken de HEERE gezworen had, dat Hij hun niet zoude laten zien het land, hetwelk de HEERE hun vaderen gezworen had ons te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig.
7 Maar hun zonen heeft Hij aan hun plaats gesteld; die heeft Jozua besneden, omdat zij de voorhuid hadden; want zij hadden hen op den weg niet besneden.
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.