Leviticus 11:12

12 Al wat in de wateren geen vinnen en schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.

Leviticus 11:12 Meaning and Commentary

Leviticus 11:12

Whatsoever hath no fins nor scales in the waters
Which is repeated that they might take particular notice of this law, and be careful to observe it, this being the only sign given:

that [shall be] an abomination unto you;
the Targum of Jonathan says, that not only the flesh of such fish, but the broth, and pickles made of them, were to be an abomination; which contradicts what Pliny


FOOTNOTES:

F20 relates, that the Jews made a pickle of fishes that lacked scales; so Grotius understands him: this law of the Jews is taken notice of by Porphyry F21, who says, it is forbidden all the Jews to eat horse flesh, or fishes that lack scales, or any animal that has but one hoof: and Pliny F23, from an ancient author, Cassius Hemina, makes mention of a law of Numa, forbidding the use of fish that had not scales, in feasts made for the gods.


F20 Nat. Hist. l. 31. c. 8.
F21 De Abstinentia, l. 4. c. 14.
F23 Nat. Hist. l. 32. c. 2.

Leviticus 11:12 In-Context

10 Maar al wat in de zeeen en in de rivieren, van alle gewemel der wateren, en van alle levende ziel, die in de wateren is, geen vinnen of schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.
11 Ja, een verfoeisel zullen zij u zijn; van hun vlees zult gij niet eten, en hun dood aas zult gij verfoeien.
12 Al wat in de wateren geen vinnen en schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.
13 En van het gevogelte zult gij deze verfoeien, zij zullen niet gegeten worden, zij zullen een verfoeisel zijn: de arend, en de havik, en de zeearend,
14 En de gier, en de kraai, naar haar aard;
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.