Daniël 7:27

27 Maar het rijk, en de heerschappij, en de grootheid der koninkrijken onder den gansen hemel, zal gegeven worden den volke der heiligen der hoge plaatsen, welks Rijk een eeuwig Rijk zijn zal; en alle heerschappijen zullen Hem eren en gehoorzamen.

Daniël 7:27 Meaning and Commentary

Daniel 7:27

And the kingdom and dominion, and the greatness of the kingdom
under the whole heaven, shall be given to the people of the saints of
the most High
Not only the dominion that shall be taken away from the little horn or antichrist, and from all the antichristian states, but the dominion of all others throughout all the earth, and under the whole heaven, shall be given to the people of God, and the true professors of faith in Christ. The kingdoms of this world will become Christ's, and Christian princes will be kings of them everywhere; and not only the royal power and authority will be vested with them, but all the grandeur and state belonging to them will be theirs; as well as all the saints in general shall reign in a spiritual manner with Christ, enjoying all ordinances, and all religious liberties, as well as civil, and be free from all persecutions.

Whose kingdom is an everlasting kingdom, and all dominions shall serve
and obey him;
the people of the saints of the most High, all shall be subject to them, all dominions, and the governors of them; or Christ the head of them, under and with whom they reign. So Saadiah F19 paraphrases it,

``the kingdom of the King Messiah is an everlasting kingdom, and his government is to generation and generation, and all dominions shall serve and obey him.''

This spiritual reign of Christ, which will take place in a more glorious manner at the destruction of antichrist, will continue until the Millennium, or the personal reign of Christ, begins; and after that will be the ultimate glory, in which Christ and his people will reign to all eternity.


FOOTNOTES:

F19 And R. Isaac in Chizzuk Emunah, par. 1. p. 44. applies it to the Messiah.

Daniël 7:27 In-Context

25 En het zal woorden spreken tegen den Allerhoogste, en het zal de heiligen der hoge plaatsen verstoren, en het zal menen de tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in deszelfs hand overgegeven worden tot een tijd, en tijden, en een gedeelte eens tijds.
26 Daarna zal het gericht zitten, en men zal zijn heerschappij wegnemen, hem verdelgende en verdoende, tot het einde toe.
27 Maar het rijk, en de heerschappij, en de grootheid der koninkrijken onder den gansen hemel, zal gegeven worden den volke der heiligen der hoge plaatsen, welks Rijk een eeuwig Rijk zijn zal; en alle heerschappijen zullen Hem eren en gehoorzamen.
28 Tot hiertoe is het einde dezer rede. Wat mij Daniel aangaat, mijn gedachten verschrikken mij zeer, en mijn glans veranderde aan mij; doch ik bewaarde dat woord in mijn hart.
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.