Ezechiël 43:15

15 En de Harel vier ellen; en van den Ariel voorts opwaarts, de vier hoornen.

Ezechiël 43:15 Meaning and Commentary

Ezekiel 43:15

So the altar shall be four cubits
That is, from the greater settle; so that in the whole it was ten cubits high, the same with Solomon's, ( 2 Chronicles 4:1 ) some make this to be eleven cubits high, one higher than Solomon's; it is here called "Harel", the mountain of God, because it looked like a mountain in the court, for its size: it was on a mountain our Lord was offered up a sacrifice for the sins of his people; and which was far superior to all other sacrifices, and for more persons than those sacrifices offered up on the altar of burnt offerings. And from the altar and upward shall be four horns;
or, "from Ariel" {x}; which was the focus or hearth where the wood was laid, and the fire kindled, called "Ariel"; which some render the lion of God, because, as the Jewish Rabbins F25 say, the fire of the altar lay upon it in the form of a lion; or rather, because like a lion it devoured the sacrifices: this name of the altar agrees well with Christ, the Lion of the tribe of Judah; who was strong to bear the sins of men, and the wrath of God for them, whereby they are no more; though it rather signifies the fire of God, which consumed the sacrifice, and denoted the wrath of God on Christ, and also the divine acceptance of his sacrifice: now from hence and upwards were four horns at the four corners of the altar; which denote the strength of Christ, to save all that come unto God by him, and his being a refuge to them that by faith lay hold upon him; and that he is accessible to persons that come from all parts, from the four corners of the earth.


FOOTNOTES:

F24 (lyarahm) "ab Hareil", Starckius.
F25 Misn. Middot, c. 4. sect. 7.

Ezechiël 43:15 In-Context

13 En dit zijn de maten des altaars, naar de ellen, zijnde de el een el en een handbreed; de boezem van een el, en een el de breedte; en zijn einde aan zijn rand rondom een span; en dit is de rug des altaars.
14 Van den boezem nu op de aarde tot aan het onderste afzetsel, twee ellen; en de breedte een el; en van het kleinste afzetsel tot aan het grootste afzetsel, vier ellen, en de breedte een el.
15 En de Harel vier ellen; en van den Ariel voorts opwaarts, de vier hoornen.
16 De Ariel nu, twaalf ellen de lengte, met twaalf ellen breedte, vierkant aan zijn vier zijden.
17 En het afzetsel veertien ellen de lengte, met veertien ellen breedte, aan zijn vier zijden, en de rand rondom hetzelve, de helft ener el; en de boezem daaraan, een el rondom; en zijn trappen ziende naar het oosten.
The Dutch Staten Vertaling translation is in the public domain.